Bestekken

Bestekken
Een bestek is op het eerste gezicht niet veel meer dan een bundel papier en een stapel tekeningen. Het is de technische omschrijving van het uit te voeren werk. In een bestek worden ook een groot aantal afspraken en voorschriften van toepassing verklaard. De inhoud daarvan is de vinden in algemeen aanvaarde voorschriften en regels op onder meer administratief, technisch en juridisch gebied.

Volgens de UAV 1989 bestaat het bestek uit:

  • de beschrijving van het werk;
  • de daarbij behorende tekeningen;
  • de voor het werk geldende voorwaarden;
  • de nota van inlichtingen;
  • het procesverbaal van aanwijzing.

We kunnen bestekken indelen in traditionele en standaardbestekken. Onder traditionele bestekken verstaan we die bestekken die weinig of geen uniformiteit vertonen en waarbij per bestek de verantwoordelijkheden en risico’s anders geregeld kunnen zijn. Kreten als ‘ter goedkeuring van de directie’ zijn niet objectief en moeten in een goed bestek door meetbare eisen vervangen zijn. In verband met de vereiste eenduidigheid van de beschrijvingen ontstond er een behoeft aan gestandaardiseerde bestekken.

Op dit moment zijn er twee gestandaardiseerde bestekken:

  • het STABU-bestek: Besteksystematiek voor de Burger- en Utiliteitsbouw;
  • het RAW-bestek: Standaardbestek door de Stichting Rationalisatie en Automatisering grond- water- en wegenbouw.

De belangrijkste uitgangspunten voor het STABU- en RAW-bestek zijn:

  • de bestekken moeten een vaste indeling en structuur hebben;
  • gelijkwaardige contractpartners met eigen verantwoordelijkheden;
  • een eenduidige afbakening van verantwoordelijkheden:– opdrachtgever verantwoordelijk voor het ontwerp;– aannemer verantwoordelijk voor de uitvoering.
  • Handhaving van het huidige aanbestedingsstelsel;– ARW 2005.
  • eenduidge en relevante besteksadministratie;
  • betaling naar productie;
  • het bestek moet geschikt zijn voor een automaatische verwerking.

In een goed bestek worden de meeste kostenbeïnvloedende factoren omschreven. De belangrijkste informatie voor bovenstaande factoren zijn de antwoorden op de vragen:

  • Wat moet er gemaakt worden?
  • Waar moet het gemaakt worden?
  • Waarvan moet het gemaakt worden?
  • Wanneer moet het gemaakt worden?
  • Onder welke voorwaarden moet het gemaakt worden?
  • Welke hoeveelheden moeten er gemaakt/geleverd worden?

Bij voorkeur moet in een bestek niet worden beschreven HOE een wrk moet worden gerealiseerd (dit is in principe een zaak voor de aannemer), maar WAT er moet worden gemaakt. Het gaat dus om het resultaat.

STABU-bestek

De term ‘standaardbestek’ is eigenlijk enigszins misleidend, want een opdrachtgever kan zo’n bestek niet zonder meer op een bepaald bouwproject van toepassing verklaren. In ieder geval moeten, voor wat betreft de technische voorschriften, de bepalingen di voor het betrokken bouwproject van belang zijn, worden overgenomen uit het standaardbestek en moeten daaraan de bij voorkeur zelf berekende hoeveelheden materialen en eventueel zelf opgestelde aanvullende voorschriften worden toegevoegd. Dan pas heeft men, na completering met de UAV, van een standaardbestek een concreet projectbestek gemaakt.

Het STABU-bestek is een systeem waarmee men met de computer op eenvoudige wijze projectbestekken kan maken en bewerken.

Om de STABU-besteksystematiek te kunnen gebruiken, is het noodakelijk dat men beschikt over een speciaal computerprogramma. De STABU besteksystematiek gaat uit van zogenaamde resultaatbeschrijvingen. Hiermee wordt voorkomen dat de bestekschrijver zich onnodig bemoeit met de wijze van uitvoering van het bouwwerk. In het algemeen behoeft de opdrachtgever immers alleen aan te geven, aan welke eisen alle onderdelen van het bouwwerk moeten voldoen. Indien die eisen objectief meetbaar en controleerbaar omschreven zijn, kan de aannemer daaraan op zijn eigen, wellicht innovatieve manier voldoen. Een ander belangrijk voordeel van het STABU-bestek is de mogelijkheid tot geautomatiseerde calculatie. Indien het architectenbureau een projectbestek met behulp van de STABU systematiek heeft opgesteld, kan de aannemer dit bestek op een floppy bij de architect opvragen. Vervolgens kan de calculator van het aannemingsbedrijf het bestek door middel van een speciaal computerprogramma overnemen en aldus een snelle gedetailleerde prijsopgave voor het bouwwerk samenstellen.

De STABU-systematiek wordt geleverd in de volgende Onderdelen:

  • De STABU-Standaard 2001 waarin is opgenomen de UAV 1989;
  • De STABU-bestanden; dit zijn computerbestanden voor het formuleren van voorwaarden, het specificeren van onderdelen, alsmede voorbeelden van voorbladen en bijlagen.

Een STABU-bestek is altijd in dezelfde volgorde ingedeeld.

Hoofdstuk 01 – Algemeen
Hierin staan de algemene gegevens voor dit specifieke project, te wetn:

  • Wie de opdrachtgever is;
  • Wie de architect en adviseur is;
  • Algemene omschrijving van het werk met algemene projectgegevens;
  • Hoe de inschrijving gedaan moet worden;
  • De uitvoeringsdur;
  • De betalingsregeling.

Hoofdstuk 05 tot 84
Alle hoofdstukken in een STABU-bestek zijn gelijk ingedeeld volgens een vooraf vastgestelde hoofdstukindeling, die corresponderen met de besteksposten.

Hieronder is deze hoofdstukindeling gedeeltelijk weergegeven:
01 voor het werk geldende voorwaarden
05 Bouwplaatsvoorzieningen
10 Stut- en sloopwerk
12 Grondwerk
14 Buitenriolering en drainage
15 Terreinverhardingen
20 Funderingspalen en damwanden
21 Betonwerk
22 Metselwerk
23 Vooraf vervaardigde steenachtige elementen
24 Ruwbouwtimmerwerk
25 Metaalconstructiewerk
30 Kozijnen, ramen en deuren
31 Systeembekledingen
enz.

Werkbeschrijving
De werkbeschrijving bestaat uit besteksposten, die zijn samengesteld uit standaardteksten met invullingen en toevoegingen. De teksten zijn onderverdeeld in:
1.            Hoofdstuk;
2              Paragraaf;
3.            Korttekst;
4.            Specificatie.

RAW-Standaardbestek

Om de omvang van een bestek te beperken zijn een aantal zaken, die anders telkens opnieuw in een bestek beschreven zouden moeten worden, in boekvorm opgenomen. Door in een bestek deze boekwerken van toepassing te verklaren, wordt de omvang van een bestek aanzienlijk verminderd. In het bestek worden nu alleen die zaken en aanvullingen vermeld, die specifiek voor het betrefffende werk van toepassing zijn.

Voorbeelden van deze boekwerken zijn:
–              ARW 2005;
–              UAV 1989;
–              Standaard RAW-Bepalingen 2005.

In het ARW 2005 en de UAV 1989 staan regels, verplichtingen en rechten van zowel opdrachtgever als aannemer. Het ARW 1999 wordt gebruikt om de aanbesteding volgens de juiste regels te laten verlopen en de UAV wordt gebruikt tijdens de uitvoering van het werk., dus na de gunning. Deze beide boeken zin bijna altijd van toepassing verklaars in bestekken. De Standaard RAW 2005 bevat, naast de regels en zaken die deze beide boekwerken bevatten, nog meer regels die specifiek betrekking hebben op de RAW-systematiek. De Standaard wordt altijd in een RAW-bestek van toepassing verklaard.

Standaard besteksindeling

Deel 0: Totstandkoming van de overeenkomst
Dit deel bevat gegevens die voor de gunning van belang zijn, ook wel aangeduid als de precontractuele gegevens. Tot de precontractuele gegevens behoort informative over de aanbesteder, de gevolgde aanbestedingsprocedure, inschrijving, inschrijvingsstaat en opdracht.

Deel 1: Algemeen
Dit deel omvat algemene gegevens die betrekking hebben op het project zelf, ook wel aangeduid als de contractuele gegevens. Tot de contractuele gegevens behoort informatie over de opdrachtgever, de directive, locatie van het wrk, het werk (algemene beschrijving), tijdsb epaling (uitvoeringstermijn, oplevering) en de onderhoudstermijn.

Deel 2: Beschrijving

Deel 2.1: Algemene gegevens

Deel 2.1 heeft minimaal de volgende paragrafen:

01 Tekeningen (die onderdeel zijn van het bestek);
02 Peilen en hoofdafmetingen.

Deel 2.2 Nadere beschrijving
Deel 2.2 begint met een vaste pagina. Dit is de juridische verantwoording van de staat die volgt na deze pagina. Hier wordt duidelijk aangegeven wat er in de volgende staten zeer belangrijk is voor de calculatie van het werk en later ook bij de uitvoering.

Paragraaf 02 Kenmerk resultaatsverplichting

Deze geeft een verklaring van de kenmerken die we tegenkomen in de kolom hoeveelheid resultaatsverplicht. Deze zijn:
–              (V) Verrekenbaar, verrekenbare hoeveelheid;
–              (N) Niet-verrekenbaar, niet verrekenbare hoeveelheid;
–              (A) Te accorderen, te accorderen hoeveelheid.

Paragraag 03 Hoeveelheid ter inlichting

Deze geeft een verklaring van de kenmerken die we tegenkomen in de kolom hoeveelheid ter inlichting. Deze zijn:

  • (L) Bouwstof te leveren door aannemer;
  • (T) Ter beschikking gesteld door opdrachtgever;
  • (I) Ter inlichting, niet zijnde een bouwstof die door de aannemer moet worden geleverd dan wel door de opdrachtgever ter beschikking wordt gesteld.

Verder staat in deze paragraaf dat de in de kolom ‘hoeveelheid ter inlichting’ vermelde hoeveelheden uitsluitend ter inlichting worden verstrekt. Wanneer deze hoeveelheden afwijken van die, af te leiden uit de resultaatsverplichting, zijn deze laatste bindend. Dit betekent dat  indien een onjuiste hoeveelheid (L, T of I) staat vermeld in de kolom ‘hoeveelheid ter inlichting’ en deze is af te leiden uit de resultaatsverplichting hier geen verrekening plaats vindt. In het laatste deel van deze paragraaa staat verder nog dat het verwerken van de in de kolom ‘hoeveelheid ter inlichting’ vermelde hoeveelheden, voorzover niet anders vermeld, tot de resultaatsverplichting behoort.

Paragraag 04 Grenzen van situering

Hier wordt verklaard dat de grenzen van de situering, in de hierna volgende staat, global zijn. Hierdoor is het voor de directie mogelijk om tijdens de uitvoering, voorgeschreven werkzaamheden op een andere plaats innen de grenzen van het werk te laten uitvoeren. Dit geldt alleen zolang de omstandigheden op de nieuwe situering vergelijkbaar zijn aan de oorspronkelijke situering zoals beschreven in het bestek.

Deel 2.2 bestaat uit een nadere beschrijving van het uit te voeren werk en is opgebouw uit resultaatsverplichtingen, ook wel bestekposten genoemd.

Een bestekpost moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
–              Eenduidige en relevante omschrijving;
–              Nagenoeg kostenhomogeen;
–              Uitvoeringsgericht;
–              Correct calculeerbaar.

Bestekposten zijn opgebouw uit:
–              Bestekpostnummer;
–              Catalagus nummer (Hoofdcode en Deficode);
–              Omschrijving;
–              Eenheid;
–              Hoeveelheidresultaatsverplichting;
–              Hoeveelheid ter inlichting.

Bestekpostnummering wordt voor het volgende gebruikt:
6 cijfers worden gebruikt voor het samenstellen van een resultaatsverplichting.
Een bestekspostnummer bestaande uit zes cijfers en eindigend op nul is het betalingsniveau;
1-4 cijfers wordt gebruikt om het bestek in de delen in hoofdstukken. Deze indeling wordt door de bestekschrijver gemaakt. Hierdoor wordt de leesbaarheid van het bestek vergroot. Met bijvoorbeeld een-cijferige bestekpostnummers kan hij een hoofdindeling aanbrengen met de overige cijfers, kan hij een onderverdeling van subhoofdstukken aangeven, zie onderstaand voorbeeld:

1            Hoofdstuk GRONDWERK
111         Onderdeel Ontgraven cunetten
111010   Resultaatverplichting
111020   Resultaatverplichting
121         Onderdeel Ontgraven Bermsloten
121010   Resultaatverplichting
121020   Resultaatverplichting

Het catalogusnummer
Bij de RAW systematiek hoort een catalogus. Dit is een verzameling van besteksteksten met variaties in mogelijkheden om een juiste bestekomschrijving te maken die da nook calculeerbaar is. Dit gebeurt door een nummersysteem.
Het catalogusnummer bestaat uit:
_             De hoofdcode;
–              De deficode.

Na het aanmaken van het bestekpostnummer selecteert de bestekschrijver meestal een resultaats- beschrijving uit de RAW-catalogus met resultaatsbeschrijvingen. Met de keuze van de beschrijving is ook gelijk de hoofdcode voor die bestekpost vastgelegd. De deficode wordt opgebouwd door binnen een standaard beschrijving vaste teksten (inhouden) te selecteren.

De hoofdcode
Deze is opgebouwd uit:
–              Werkcategorie:                 de eerste twee cijfers van de hoofdcode;
–              Subwerkcategorie:            De middelste twee cijfers van de hoofdcode;
–              Volgnummer:                    de laatste twee cijfers van de hoofdcode.

De werkcategorie:
De werkcategorie correspondeert met de hoofdstuknummering van de Standaard RAW-Bepalingen. Hiermee is een directe relatie gelegd tussen de desbetreffende beschrijving uit de RAW-catalogus met het desbetreffende hoofdstuk uit de Standaard RAW-Bepalingen.

Beschikbare werkcategorieen zijn:
11           Sloopwerk
17           Verontreinigde grond en verontreinigd water
21           Bemalingen
22           Grondwerken
23           Drainage
24           Sleuf- en sleufloze technieken
25           Leidingwerk
26           Kabelwerk
28           Funderingslagen
30           Wegverhardingen I
31           Wegverhardingen II
32           Wegbebakening
33           Afschermingsvoorzieningen
34           Verlichting
36           Geluidsbeperkende constructies
38           Spoor- en tramwegen
41           Funderingsconstructies
42           Betonconstructies

Als een bestekschrijver een resultaatbeschriving wil maken voor grondwerk dan komt deze terecht, binnen de RAW-catalogus met resultaatbeschrijvingen, in werkcategorie 22 Grondwerken.

De subwerkcategorie
Een werkcategorie is verder verdeeld in subwerkcategorieen. Bijvoorbeeld werkcategorie 22 Grondwerk is verder onderverdeeld in de volgende subwerkcategorieen:

22.01.    Grond ontgraven
22.02.    Grond vervoeren
22.03.    Grond verwerken
22.04.    Grond scheiden, verdichten en profileren
22.08.    Zakbaken
22.11.    Cultuurtechnisch grondwerk
enz.

Het volgnummer
Binnen elke subwerkcategorie staan een of meer resultaatbeschrijvingen. Elke resultaatbeschrijving binnen een subwerkcategorie krijgt zijn eigen volgnummer.

Door middel van deze indeling in werkcategorieen en subwerkcategorieen kan een bestekschrijver redelijk eenvoudig de juiste resultaatbeschrijving vinden in de RAW-catalogus met resultaatbeschrijvingen. Met de keuze van een beschrijving binnen een subwerkcategorie ligt de hoofdcode vast.

Voorbeeld:

22.01.01.Grond ontgraven uit watergang/geul/cunet/put/haven
22.01.02.Grond ontgraven uit ophoging
22.01.03.Grond ontgraven uit bekleding

De deficode
Door middel van de deficode kan specificatie van het in de bestekpost te beschrijven onderdeel van het werk plaatsvinden. De deficode is een hulpmiddel om een keuze te kunnen maken uit de verschillende standaardsteksten die zijn opgenomen in de resultaatbeschrijving. De deficode bevat 6 posities (kolommen). Per positie, dus per groep teksten, maakt de bestekschrijver een keuze uit de mogelijkheden, welke de inhouden worden genoemd.

Deel 3: Bepalingen
Dit deel van het bestek is bested voor bepalingen. Het gaat hierbij om:
–              Algemene bepalingen;
–              Administratieve bepalingen;
–              Technische bepalingen.

De bestekschrijver verklaart in Artikel 01.01.01 de ‘Standaard RAW  Bepalingen’ van toepassing. Hierdoor zijn in een keer alle bepalingen uit de Standaard RAW bepalingen van toepassing en hoeven deze dus niet 1 op 1 te worden opgenomen in het bestek. Hierdoor blijft het bestek aanzienlijk dunner.

In deel 3 van het bestek komen we de volgende bepalingen tegen:
–              Projectgebonden bepalingen (alleen geldend voor dit werk);
–              Aanvullingen op de Standaard RAW Bepalingen;
Wijzigingen op de Standaard RAW Bepalingen.

Copyright: Bouwkundige keuring Amsterdam